Parasjat Inspiratie – Emor

וַיֹּ֤אמֶר יְהֹוָה֙ אֶל־משֶׁ֔ה אֱמֹ֥ר אֶל־הַכֹּֽהֲנִ֖ים בְּנֵ֣י אַֽהֲרֹ֑ן וְאָֽמַרְתָּ֣ אֲלֵהֶ֔ם לְנֶ֥פֶשׁ לֹֽא־יִטַּמָּ֖א בְּעַמָּֽיו: כִּ֚י אִם־לִשְׁאֵר֔וֹ הַקָּרֹ֖ב אֵלָ֑יו לְאִמּ֣וֹ וּלְאָבִ֔יו וְלִבְנ֥וֹ וּלְבִתּ֖וֹ וּלְאָחִֽיו: וְלַֽאֲחֹת֤וֹ הַבְּתוּלָה֙ הַקְּרוֹבָ֣ה אֵלָ֔יו אֲשֶׁ֥ר לֹא־הָֽיְתָ֖ה לְאִ֑ישׁ לָ֖הּ יִטַּמָּֽא:

De HEERE zei tegen Mozes: Spreek tot de priesters, de zonen van Aäron, en zeg tegen hen: Een priester mag zichzelf niet verontreinigen met een dode onder zijn volksgenoten, behalve met zijn naaste bloedverwant: met zijn moeder, met zijn vader, met zijn zoon, met zijn dochter, met zijn broer. En met zijn zuster die maagd is, die nauw aan hem verwant is, die nog niet aan een man toebehoort. Met haar mag hij zich verontreinigen.

Leviticus 21:1-3

Het Toragedeelte van deze week begint met instructies voor de Koheens. Het gaat erover in hoeverre het geoorloofd is om met opzet ritueel onrein te worden. De Koheen mag zich in principe niet laten verontreinigen, ofwel ritueel onrein zijn. Dat betekent dat het een Koheen niet is toegestaan om in contact te komen met, of in de nabijheid te komen van, een dood lichaam.

Er zijn een aantal uitzonderingen op deze vuistregel. Als een nauw verwant familielid overlijdt, en de Koheen in rouw is, mag de Koheen nabij de overledene komen, ook al wordt de Koheen daardoor onrein. Maar, behalve deze uitzondering voor nauwe verwanten, mogen Koheens geen begrafenissen bezoeken. Doordat we dit principe niet goed begrijpen, zorgt dit tegenwoordig nog wel eens voor onbegrip en gekwetste gevoelens. Het is daarom belangrijk dat je begrijpt dat, hoe nabij een vriend of persoon ook is, en hoe graag de Koheen een begrafenis zou willen bijwonen van een jeugdvriend; het is verboden als hij Koheen is.

De uitzondering op deze regel zijn nauwe verwanten. Ze worden specifiek genoemd; moeder, vader, zoon, dochter, broer en ongetrouwde zus. De term ‘nauwe verwanten’ wordt gebruikt om expliciet te maken dat ook de dood van kinderen en grootouders uitzonderingen zijn. De Tora geeft ons daarom een definitie van ‘nauwe verwanten. Tegenwoordig bidet deze definitie het kader voor het zeggen van Kaddiesj voor een Jahrzeit in de synagoge. De Halacha is eenvoudig; de mensen die vanwege een Jahrzeit opstaan voor het Kaddiesj in de synagoge, moeten nauwe verwanten zijn. Niet zomaar familieleden, geen vrienden, geen geliefde kennissen, maar nauwe verwanten. Aan het begin van Leviticus 21 wordt uitgelegd wie tijdens een Jahrzeit moet staan. Dus als je in de synagoge iemand ziet die opstaat voor het Kaddiesj, dan weten we hoe hun relatie tot de overledene was. Hierom mogen we hen en de overladene eren.

Sjabbat sjalom.

GEEF JE OP VOOR ONZE NIEUWSBRIEF!

Ontvang onze wekelijkse studies en leer Tora!

Rabbi Steven Bernstein

Steve was born on Lag B’Omer in Ann Arbor, MI but was raised in Gainesville, FL. The son of two University of Florida professors, he excelled in the sciences in school. In addition to his normal academic studies, he pursued his Jewish education studying with many Rabbis and professors of Judaic Studies from the University including visiting Rabbis such as Abraham Joshua Heschel and Shlomo Carlebach.