Parasjat Inspiratie – Wajigasj

וַיָּבֹ֣א יוֹסֵף֘ וַיַּגֵּ֣ד לְפַרְעֹה֒ וַיֹּ֗אמֶר אָבִ֨י וְאַחַ֜י וְצֹאנָ֤ם וּבְקָרָם֙ וְכָל־אֲשֶׁ֣ר לָהֶ֔ם בָּ֖אוּ מֵאֶ֣רֶץ כְּנָ֑עַן וְהִנָּ֖ם בְּאֶ֥רֶץ גּֽשֶׁן: וּמִקְצֵ֣ה אֶחָ֔יו לָקַ֖ח חֲמִשָּׁ֣ה אֲנָשִׁ֑ים וַיַּצִּגֵ֖ם לִפְנֵ֥י פַרְעֹֽה: וַיֹּ֧אמֶר פַּרְעֹ֛ה אֶל־אֶחָ֖יו מַה־מַּֽעֲשֵׂיכֶ֑ם וַיֹּֽאמְר֣וּ אֶל־פַּרְעֹ֗ה רֹעֵ֥ה צֹאן֙ עֲבָדֶ֔יךָ גַּם־אֲנַ֖חְנוּ גַּם־אֲבוֹתֵֽינוּ: וַיֹּֽאמְר֣וּ אֶל־פַּרְעֹ֗ה לָג֣וּר בָּאָ֘רֶץ֘ בָּ֒אנוּ֒ כִּי־אֵ֣ין מִרְעֶ֗ה לַצֹּאן֙ אֲשֶׁ֣ר לַֽעֲבָדֶ֔יךָ כִּֽי־כָבֵ֥ד הָֽרָעָ֖ב בְּאֶ֣רֶץ כְּנָ֑עַן וְעַתָּ֛ה יֵֽשְׁבוּ־נָ֥א עֲבָדֶ֖יךָ בְּאֶ֥רֶץ גּֽשֶׁן.

Toen kwam Jozef en vertelde de farao, en zei: Mijn vader en mijn broers zijn met hun kleinvee, hun runderen en alles wat zij hebben, uit het land Kanaän gekomen; zie, zij zijn nu in de landstreek Gosen. Hij had een deel van zijn broers meegenomen, te weten vijf man, en stelde hen aan de farao voor. Toen zei de farao tegen zijn broers: Wat is uw beroep? Zij zeiden tegen de farao: Uw dienaren zijn herders van kleinvee, zowel wij als onze vaderen. Verder zeiden ze tegen de farao: Wij zijn gekomen om als vreemdeling in dit land te wonen, want er is geen weidegrond meer voor het kleinvee dat aan uw dienaren toebehoort, omdat de honger zwaar is in het land Kanaän. Nu dan, laat uw dienaren toch in de landstreek Gosen wonen.

– Genesis 47:1-4

In het Toragedeelte van deze week lezen we dat de kinderen van Israël naar Egypte afdalen. Nadat Jozef zich had bekendgemaakt, keerden de broers terug naar Kanaän om hun vader en al hun bezittingen op te halen en naar Egypte terug te gaan zodat ze niet van honger zouden omkomen.

Jozef kiest vijf van zijn broers uit om hun verhaal en verzoek aan de farao voor te leggen. We kunnen uit de tekst niet halen welke broers voor de farao verschijnen.

Rasjie legt uit: de gekozen broers zijn de zwakkere. Jozef was bezorgd dat, als hij de sterkere broers voor farao bracht, de farao zou eisen dat deze broers in het leger zouden dienen. Welke broers waren dus het zwakst? Het antwoord lezen we in Deuteronomium 33.

Ruben, Simeon, Levi, Issachar en Benjamin zijn de zwakkere broers. Toen Moses de kinderen van Israël in Deuteronomium 33 zegende, werden deze namen geen twee keer genoemd. In de zegen van Juda bijvoorbeeld, zegt Mozes: “Dit betreft Juda… Luister, HEERE, naar de stem van Juda!” (Deuteronomium 33:7). De namen van de sterkere zonen van Israël worden twee keer genoemd.

Sjabbat sjalom.

GEEF JE OP VOOR ONZE NIEUWSBRIEF!

Ontvang onze wekelijkse studies en leer Tora!

Rabbi Steven Bernstein

Steve was born on Lag B’Omer in Ann Arbor, MI but was raised in Gainesville, FL. The son of two University of Florida professors, he excelled in the sciences in school. In addition to his normal academic studies, he pursued his Jewish education studying with many Rabbis and professors of Judaic Studies from the University including visiting Rabbis such as Abraham Joshua Heschel and Shlomo Carlebach.