Parasjat Inspiratie – Ki Tavo

כִּ֣י תְכַלֶּ֞ה לַ֠עְשֵׂ֠ר אֶת־כָּל־מַעְשַׂ֧ר תְּבוּאָֽתְךָ֛ בַּשָּׁנָ֥ה הַשְּׁלִישִׁ֖ת שְׁנַ֣ת הַמַּֽעֲשֵׂ֑ר וְנָֽתַתָּ֣ה לַלֵּוִ֗י לַגֵּר֙ לַיָּת֣וֹם וְלָֽאַלְמָנָ֔ה וְאָֽכְל֥וּ בִשְׁעָרֶ֖יךָ וְשָׂבֵֽעוּ: וְאָֽמַרְתָּ֡ לִפְנֵי֩ יְהֹוָ֨ה אֱלֹהֶ֜יךָ בִּעַ֧רְתִּי הַקֹּ֣דֶשׁ מִן־הַבַּ֗יִת וְגַ֨ם נְתַתִּ֤יו לַלֵּוִי֙ וְלַגֵּר֙ לַיָּת֣וֹם וְלָֽאַלְמָנָ֔ה כְּכָל־מִצְוָֽתְךָ֖ אֲשֶׁ֣ר צִוִּיתָ֑נִי לֹֽא־עָבַ֥רְתִּי מִמִּצְו‍ֹתֶ֖יךָ וְלֹ֥א שָׁכָֽחְתִּי: לֹֽא־אָכַ֨לְתִּי בְאֹנִ֜י מִמֶּ֗נּוּ וְלֹֽא־בִעַ֤רְתִּי מִמֶּ֨נּוּ֙ בְּטָמֵ֔א וְלֹֽא־נָתַ֥תִּי מִמֶּ֖נּוּ לְמֵ֑ת שָׁמַ֗עְתִּי בְּקוֹל֙ יְהֹוָ֣ה אֱלֹהָ֔י עָשִׂ֕יתִי כְּכֹ֖ל אֲשֶׁ֥ר צִוִּיתָֽנִי:

Wanneer u in het derde jaar, het jaar van de tienden, gereed bent met het afstaan van alle tienden van uw opbrengst, dan moet u het geven aan de Leviet, de vreemdeling, de wees en de weduwe, zodat zij binnen uw poorten kunnen eten en verzadigd worden. U moet dan voor het aangezicht van de HEERE, uw God, zeggen: Ik heb het geheiligde uit mijn huis weggenomen en het ook gegeven aan de Leviet, en aan de vreemdeling, aan de wees en aan de weduwe, overeenkomstig al Uw geboden, die U mij geboden hebt; ik heb geen van Uw geboden overtreden en niets vergeten. Ik heb er niets van gegeten toen ik in rouw was, er niets van weggenomen toen ik onrein was en er niets van meegegeven aan een dode. Ik ben de stem van de HEERE, mijn God, gehoorzaam geweest, ik heb gedaan overeenkomstig alles wat U mij geboden hebt.

– Deuteronomium 26:12-14

In het Toragedeelte van deze week staat het gebod om de tiende in het derde jaar –het jaar van de tiende- af te staan. De Tora vermeldt drie verschillende tienden: de eerste tiende, de tweede tiende en de derde tiende.

Tijdens de eerste twee jaar na het Sjemita (Sjabbatsjaar) wordt de eerste tiende genomen en aan de Levieten gegeven.

De tweede tiende wordt genomen, maar niet weggegeven. De tweede tiende gebruiken we immers om naar Jeruzalem te reizen voor de Moadiem (vastgestelde tijden) van HaSjem. Deze opbrengst –of het opgebrachte geld ervan- houden we; dat is de tweede tiende, maar we mogen het alleen in Jeruzalem uitgeven.

Het derde jaar, het jaar van de tienden, is anders. In het jaar van de tienden worden alle tienden aan de Levieten gegeven. Normaal gezien zouden we de tweede tiende houden tot we naar Jeruzalem reizen, maar in het derde jaar wordt de derde tiende aan de Levieten gegeven in plaats van de tweede tiende. Deze derde tiende is voor de Levieten, de vreemdeling, de wees en de weduwe. In vers dertien staat dat op het moment dat we de tiende in het derde jaar brengen, we HaSjem garanderen dat we het volledige deel dat we apart hebben gezet –het geheiligde- aan de Levieten hebben gegeven. Dit is niet mogelijk als we de tweede tiende zouden houden om naar Jeruzalem te reizen. Maar in het jaar van de tienden houden we die tweede tiende, die voor eigen gebruikt is tijdens de Moadiem, niet achter. Het wordt de derde tiende en samen met de eerste tiende wordt die aan de Levieten gegeven. Als we dit in het derde jaar doen, nemen we al het apart gezette (geheiligde) uit onze huizen weg en vervullen we zo de belofte in vers dertien.

Sjabbat sjalom.

GEEF JE OP VOOR ONZE NIEUWSBRIEF!

Ontvang onze wekelijkse studies en leer Tora!

Rabbi Steven Bernstein

Steve was born on Lag B’Omer in Ann Arbor, MI but was raised in Gainesville, FL. The son of two University of Florida professors, he excelled in the sciences in school. In addition to his normal academic studies, he pursued his Jewish education studying with many Rabbis and professors of Judaic Studies from the University including visiting Rabbis such as Abraham Joshua Heschel and Shlomo Carlebach.