Parasjat Inspiratie – Pinchas

וַיְדַבֵּ֥ר יְהֹוָ֖ה אֶל־משֶׂ֥ה לֵּאמֹֽר: צַ֚ו אֶת־בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל וְאָֽמַרְתָּ֖ אֲלֵהֶ֑ם אֶת־קָרְבָּנִ֨י לַחְמִ֜י לְאִשַּׁ֗י רֵ֚יחַ נִֽיחֹחִ֔י תִּשְׁמְר֕וּ לְהַקְרִ֥יב לִ֖י בְּמֽוֹעֲדֽוֹ: וְאָֽמַרְתָּ֣ לָהֶ֔ם זֶ֚ה הָֽאִשֶּׁ֔ה אֲשֶׁ֥ר תַּקְרִ֖יבוּ לַֽיהֹוָ֑ה כְּבָשִׂ֨ים בְּנֵֽי־שָׁנָ֧ה תְמִימִ֛ם שְׁנַ֥יִם לַיּ֖וֹם עֹלָ֥ה תָמִֽיד: אֶת־הַכֶּ֥בֶשׂ אֶחָ֖ד תַּֽעֲשֶׂ֣ה בַבֹּ֑קֶר וְאֵת֙ הַכֶּ֣בֶשׂ הַשֵּׁנִ֔י תַּֽעֲשֶׂ֖ה בֵּ֥ין הָֽעַרְבָּֽיִם:

De HEERE sprak tot Mozes: Gebied de Israëlieten en zeg tegen hen: U moet zorg dragen voor Mijn offergave – Mijn voedsel voor Mijn vuuroffers, voor Mij een aangename geur – door Mij die op de ervoor vastgestelde tijd aan te bieden.

U moet tegen hen zeggen: Dit is het vuuroffer dat u de HEERE moet aanbieden: elke dag twee lammeren van een jaar oud, zonder enig gebrek, als een voortdurend brandoffer. Het ene lam moet u ’s morgens bereiden, het andere lam moet u tegen het vallen van de avond bereiden,…

– Numeri 28:1-4

In het Toragedeelte van deze week staat een gedeelte over de Moadiem (vastgestelde tijden). Als we over de Moadiem willen lezen, slaan we Leviticus 23 open. Maar in parasjat Pinchas staat nog een opsomming van alle Moadiem; weliswaar vanuit een ander perspectief.

In Numeri 28 en 29 lezen we de Moadiem vanuit het perspectief van de Tempeldienst; niet vanuit de individuele naleving. In dit gedeelte worden alle offers die in de Tempel gebracht worden, besproken. Veel van deze offers vinden we niet terug in Leviticus 23. De offers voor de volken vinden we bijvoorbeeld in Numeri 29, maar niet in Leviticus 23.

Numeri 28 begint met het belangrijkste offer van de Tempeldienst; het tamiedoffer. Het tamied, het voortdurende offer, wordt elke dag geofferd: bij zonsopgang en zonsondergang. Alle andere offers worden tussen deze twee tamiedoffers gebracht. Het tamiedoffer is dus het eerste offer van de dag en ook het laatste. Offers zijn alleen geldig als ze tussen de twee tamiedoffers zijn gebracht.

Zonder het vergieten van bloed vindt er geen vergeving plaats.

– Hebreeën 9:22

Vaak onderwijst men dat er in dit vers staat dat er voor zonde een bloedoffer voor die zonde gebracht moet worden. Maar dit veroorzaakt een machlokèt (twistpunt). In Leviticus 5:11 staat immers duidelijk dat een graanoffer acceptabel is als zondoffer voor een arme. Hoe kan een graanoffer aanvaard worden als er bloed nodig is?

Deze vraag is alleen een machlokèt voor degenen die de Tempeldienst niet goed snappen. Het bloed waarvan Hebreeën 9:22 spreekt, is niet het bloed van een zondoffer maar van het tamiedoffer. Geen enkel offer mag naar de Tempel gebracht worden voordat het tamiedoffer in de ochtend is gebracht. Geen enkel offer mag naar de Tempel gebracht worden na het brengen van het tamiedoffer bij zonsondergang. Er moet bloed vloeien voordat een offer geldig kan zijn; het tamiedoffer moet eerst gebracht worden.

Nu we in ons de ‘Been haMitsariem’ bevinden, ‘tussen de nauwe doorgangen’ (vgl. Klaagliederen 1:3), ook bekend als ‘de drie treurweken’, denken we aan een tragedie die op 17 Tamoez plaatsvond: het einde van het tamiedoffer. Toen Nebukadnezar Jeruzalem belegerde, hadden we geen offerlammeren meer en konden we het tamiedoffer niet meer brengen. De Tempeldienst hield op. Onze zonden van afgoderij en het negeren van het sjemita leidden tot de zonde van het niet brengen van het tamiedoffer. Zonde veroorzaakt zonde.

Sjabbat sjalom.

GEEF JE OP VOOR ONZE NIEUWSBRIEF!

Ontvang onze wekelijkse studies en leer Tora!

Rabbi Steven Bernstein

Steve was born on Lag B’Omer in Ann Arbor, MI but was raised in Gainesville, FL. The son of two University of Florida professors, he excelled in the sciences in school. In addition to his normal academic studies, he pursued his Jewish education studying with many Rabbis and professors of Judaic Studies from the University including visiting Rabbis such as Abraham Joshua Heschel and Shlomo Carlebach.