Parasjat Inspiratie – Beha’alotcha

וַיְדַבֵּ֥ר יְהֹוָ֖ה אֶל־משֶׁ֥ה לֵּאמֹֽר: דַּבֵּ֛ר אֶל־בְּנֵ֥י יִשְׂרָאֵ֖ל לֵאמֹ֑ר אִ֣ישׁ אִ֣ישׁ כִּי־יִֽהְיֶ֥ה טָמֵ֣א | לָנֶ֡פֶשׁ אוֹ֩ בְדֶ֨רֶךְ רְחֹקָ֜ה֗ לָכֶ֗ם א֚וֹ לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔ם וְעָ֥שָׂה פֶ֖סַח לַֽיהֹוָֽה: בַּחֹ֨דֶשׁ הַשֵּׁנִ֜י בְּאַרְבָּעָ֨ה עָשָׂ֥ר י֛וֹם בֵּ֥ין הָֽעַרְבַּ֖יִם יַֽעֲשׂ֣וּ אֹת֑וֹ עַל־מַצּ֥וֹת וּמְרֹרִ֖ים יֹֽאכְלֻֽהוּ: לֹֽא־יַשְׁאִ֤ירוּ מִמֶּ֨נּוּ֙ עַד־בֹּ֔קֶר וְעֶ֖צֶם לֹ֣א יִשְׁבְּרוּ־ב֑וֹ כְּכָל־חֻקַּ֥ת הַפֶּ֖סַח יַֽעֲשׂ֥וּ אֹתֽוֹ: וְהָאִישׁ֩ אֲשֶׁר־ה֨וּא טָה֜וֹר וּבְדֶ֣רֶךְ לֹֽא־הָיָ֗ה וְחָדַל֙ לַֽעֲשׂ֣וֹת הַפֶּ֔סַח וְנִכְרְתָ֛ה הַנֶּ֥פֶשׁ הַהִ֖וא מֵֽעַמֶּ֑יהָ כִּ֣י | קָרְבַּ֣ן יְהֹוָ֗ה לֹ֤א הִקְרִיב֙ בְּמֹ֣עֲד֔וֹ חֶטְא֥וֹ יִשָּׂ֖א הָאִ֥ישׁ הַהֽוּא:

Toen sprak de HEERE tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg: Iedereen onder u of onder de generaties na u, wanneer hij onrein is vanwege het aanraken van een dood lichaam of ver onderweg is, moet toch voor de HEERE het Pascha houden. In de tweede maand, op de veertiende dag, tegen het vallen van de avond, moeten zij het houden; met ongezuurde broden, en met bittere kruiden moeten zij het eten. Zij mogen er niets van over laten blijven tot de volgende morgen en mogen er geen been van breken; volgens alle verordeningen voor het Pascha moeten zij het houden. Maar de man die rein is en niet onderweg is, en die nalaat om het Pascha te houden, die persoon moet van zijn volksgenoten worden afgesneden. Hij heeft immers de offergave van de HEERE niet op zijn vastgestelde tijd aangeboden; die persoon moet zijn zonde dragen.

– Numeri 9:9-13

In het Toragedeelte van deze week staat de mitswa van Pèsach sjeeni; de tweede Pèsach. De mitswa is niet moeilijk: als iemand op Pèsach –de 14e Nisan- ritueel onrein is vanwege het aanraken van een dood lichaam, mag hij niet eten van het Korban Pèsach. HaSjem zorgde er dus voor dat wie onrein was of te ver weg was, een maand later –op de 14e Iejar- toch het korban Pèsach kon brengen.

Het lijkt een heel eenvoudige mitswa. Vaak wordt er dan ook onderwezen dat we door deze mitswa kunnen zien dat HaSjem tweede kansen geeft. Maar die uitleg roept serieuze vragen op. Als deze mitswa ons onderwijst dat HaSjem tweede kansen geeft, waarom hebben we dan een tweede Pèsach, maar geen tweede Sjavoe’ot of tweede Soekot? Waarom moet je dan een chagiga, een feestoffer, brengen op Pèsach, maar niet op de tweede Pèsach? Hoewel we een tweede kans krijgen voor Pèsach (maar niet voor het chagiga Pèsach offer), krijgen we geen tweede kans voor Soekot of Sjavoe’ot. Dus gaat deze mitswa dan wel over tweede kansen?

Pèsach sjeeni benadrukt veel meer hoe belangrijk het is dat Israël de allereerste uittocht uit Egypte herinnert dan dat het over tweede kansen zou gaan. We kunnen Sjavoe’ot en Soekot namelijk alleen maar vieren doordat Pèsach er is. Israël moet herinnerd worden aan het verhaal van de uittocht uit Egypte. De Tora zegt ons dat we dit verhaal moeten vertellen. We vertellen het verhaal omwille van het gebod ‘wanneer uw kinderen vragen…’. We vertellen het verhaal bij het Bikoeriemoffer. Wanneer we kidoesj maken op Sjabbat, zeggen we: ‘een herinnering aan de exodus uit Egypte’. We danken HaSjem omdat Hij de Tora gaf op de Sinaï en we danken HaSjem voor het vrolijke Soekotfeest. Maar we hoeven het verhaal van deze feesten niet te vertellen. Dat moeten we wel bij Pèsach. Het is belangrijk dat we daar steeds aan denken. Daarom gaf HaSjem de mogelijkheid aan wie onrein was of te ver weg, om het korban Pèsach te brengen.

Sjabbat sjalom.

GEEF JE OP VOOR ONZE NIEUWSBRIEF!

Ontvang onze wekelijkse studies en leer Tora!

Rabbi Steven Bernstein

Steve was born on Lag B’Omer in Ann Arbor, MI but was raised in Gainesville, FL. The son of two University of Florida professors, he excelled in the sciences in school. In addition to his normal academic studies, he pursued his Jewish education studying with many Rabbis and professors of Judaic Studies from the University including visiting Rabbis such as Abraham Joshua Heschel and Shlomo Carlebach.