Parasjat Inspiratie – Tsav

וְזֹ֥את תּוֹרַ֖ת זֶ֣בַח הַשְּׁלָמִ֑ים אֲשֶׁ֥ר יַקְרִ֖יב לַֽיהֹוָֽה: אִ֣ם עַל־תּוֹדָה֘ יַקְרִיבֶ֒נּוּ֒ וְהִקְרִ֣יב | עַל־זֶ֣בַח הַתּוֹדָ֗ה חַלּ֤וֹת מַצּוֹת֙ בְּלוּלֹ֣ת בַּשֶּׁ֔מֶן וּרְקִיקֵ֥י מַצּ֖וֹת מְשֻׁחִ֣ים בַּשָּׁ֑מֶן וְסֹ֣לֶת מֻרְבֶּ֔כֶת חַלֹּ֖ת בְּלוּלֹ֥ת בַּשָּֽׁמֶן: עַל־חַלֹּת֙ לֶ֣חֶם חָמֵ֔ץ יַקְרִ֖יב קָרְבָּנ֑וֹ עַל־זֶ֖בַח תּוֹדַ֥ת שְׁלָמָֽיו: וְהִקְרִ֨יב מִמֶּ֤נּוּ אֶחָד֙ מִכָּל־קָרְבָּ֔ן תְּרוּמָ֖ה לַֽיהֹוָ֑ה לַכֹּהֵ֗ן הַזֹּרֵ֛ק אֶת־דַּ֥ם הַשְּׁלָמִ֖ים ל֥וֹ יִֽהְיֶֽה: וּבְשַׂ֗ר זֶ֚בַח תּוֹדַ֣ת שְׁלָמָ֔יו בְּי֥וֹם קָרְבָּנ֖וֹ יֵֽאָכֵ֑ל לֹֽא־יַנִּ֥יחַ מִמֶּ֖נּוּ עַד־בֹּֽקֶר: וְהַנּוֹתָ֖ר מִבְּשַׂ֣ר הַזָּ֑בַח בַּיּוֹם֙ הַשְּׁלִישִׁ֔י בָּאֵ֖שׁ יִשָּׂרֵֽף:

Dit nu is de wet voor het dankoffer dat men aan de HEERE moet aanbieden. Als iemand het als lofoffer aanbiedt, dan moet hij naast het lofoffer ongezuurde koeken aanbieden, met olie gemengd, ongezuurde platte koeken met olie bestreken en koeken van door elkaar gemengd meelbloem met olie gemengd. Bij de koeken moet hij als zijn offergave gezuurd brood aanbieden, samen met zijn lof- en dankoffer. En van elke offergave moet hij één koek als een hefoffer aan de HEERE aanbieden. Het is voor de priester die het bloed van het dankoffer sprenkelt. En het vlees van het lof- en dankoffer moet gegeten worden op de dag dat hij het aanbiedt. Men mag niets ervan tot de volgende morgen overlaten. Maar als het slachtoffer dat hij aanbiedt, een gelofteoffer of een vrijwillige gave is, dan moet dat gegeten worden op de dag dat hij zijn offer aanbiedt; en wat ervan overblijft, mag ook de volgende dag gegeten worden. Wat er dan nog van het vlees van het slachtoffer overgebleven is, moet op de derde dag in het vuur verbrand worden.

Leviticus 7:11-17

Het Toragedeelte van deze week gaat verder met de Torat kohaniem, de instructies voor de priesters. We lezen hoe het ola-offer en het mincha-offer gebracht moeten worden. Het ola vertaalt men vaak als brandoffer, maar dat is een verkeerde benaming. Ola betekent eigenlijk ‘opgaan’. Het mincha, graanoffer, wordt ook beschreven. Van deze twee offers is HaSjems deel het vet van de nieren of een handvol graan dat op het altaar in rook opgaat. Ook de kohaniem krijgen een deel ervan om te eten. Van het mincha krijgen de kohaniem het hele graanoffer, met uitzondering van het deel dat in rook opgaat. Van het ola eten de kohaniem het vlees.

De sjlamiem, de vredeoffers (in de Herziene Statenvertaling vertaald als dank- of lofoffers), waarmee men tot HaSjem nadert, zijn in twee categorieën ingedeeld: het toda of dankoffer en het nadava of gelofteoffer en vrijwillige gave. Beide zijn sjlamiem en worden aan de zuidkant van het altaar geofferd. Van het vredeoffer is HaSjems deel de rook van het vet van de nieren. De koheen krijgt zijn deel om te eten en ook de offeraar krijgt zijn deel om te eten. Dit offer heet het vredeoffer of volledig offer omdat alle drie partijen hun deel krijgen. De sjlamiem zijn een manier om tot G-d te naderen. Ze zijn niet vereist maar volledig vrijwillig. Als je dat wil, mag je een toda brengen. Als je dat wil, mag je een nadava brengen. Het zijn vrijwillige offers. Er is geen gebod om een vredeoffer te brengen, er wordt alleen geboden hoe je een vredeoffer moet brengen wanneer je dit offer graag wil brengen. Het vredeoffer is de manier waarop we in eenheid tot HaSjem kunnen naderen.

Sjabbat sjalom.

GEEF JE OP VOOR ONZE NIEUWSBRIEF!

Ontvang onze wekelijkse studies en leer Tora!

Rabbi Steven Bernstein

Steve was born on Lag B’Omer in Ann Arbor, MI but was raised in Gainesville, FL. The son of two University of Florida professors, he excelled in the sciences in school. In addition to his normal academic studies, he pursued his Jewish education studying with many Rabbis and professors of Judaic Studies from the University including visiting Rabbis such as Abraham Joshua Heschel and Shlomo Carlebach.