Parasjat Inspiratie – Jitro

וַיְדַבֵּ֣ר אֱלֹהִ֔ים אֵ֛ת כָּל־הַדְּבָרִ֥ים הָאֵ֖לֶּה לֵאמֹֽר: אָֽנֹכִ֨י יְהֹוָ֣ה אֱלֹהֶ֔יךָ אֲשֶׁ֣ר הֽוֹצֵאתִ֩יךָ֩ מֵאֶ֨רֶץ מִצְרַ֜יִם מִבֵּ֣ית עֲבָדִ֗ים:

Toen sprak God al deze woorden: Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.

– Exodus 20:1-2

Het Toragedeelte van deze week bevat de Dibraja; de Tien Geboden. Dibraja betekent letterlijk ‘woord van HaSjem’. In het Jodendom noemt men de Dibraja niet de Tien Geboden omdat er eigenlijk 613 geboden zijn. Dus, wat maakt de Dibraja anders dan de andere geboden? Waarom werden deze Tien Geboden op saffieren tabletten geschreven en de andere geboden niet?

Toen de Farizeeën aan Jesjoea vroegen wat het belangrijkste gebod was, antwoordde Hij: “U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw nèfèsj (ziel) en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” Jesjoea vervolgde: “En het tweede, hieraan gelijk, is dit: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.” Deze geboden staan niet in de Dibraja. Toch zijn het de belangrijkste geboden.

Jesjoea verwijst naar deze twee geboden, maar het zijn erg veelomvattende geboden. “U zult de Heere, uw God, liefhebben” legt niet uit hoe we HaSjem, onze God, lief moeten hebben. Jesjoea zegt gewoon dat dit gebod het belangrijkste gebod is. “U zult uw naaste liefhebben als uzelf” legt niet uit hoe we onze naaste moeten liefhebben als onszelf. Jesjoea zegt gewoon dat dit gebod bijna net zo belangrijk is als het eerste gebod. Als we daar dieper over nadenken, ontdekken we dat deze twee geboden eerder twee groepen geboden zijn dan specifieke geboden op zich.

Als we weten dat de twee grote geboden eigenlijk een omschrijving van andere geboden zijn, dan begrijpen we de Dibraja beter. Van de tien woorden van de Dibraja, zijn de eerste vijf ook een categorie; een categorie over hoe we HaSjem, onze God, lief kunnen hebben. De volgende vijf woorden zijn een categorie over hoe we onze naaste kunnen liefhebben als onszelf. De twee grote geboden zijn dus hoofdrubrieken van de Dibraja zelf. Vijf geboden gaan over hoe we God kunnen liefhebben en vijf gaan over hoe we onze naaste kunnen liefhebben. Maar hoe zit het met de rest van de geboden? De 613 geboden vallen allemaal onder één van de categorieën van de Dibraja. En elk gebod van de Dibraja valt onder een categorie van de twee grote geboden waarover Jesjoea sprak.

Enkele voorbeelden: het gebod om zeven dagen matsa te eten, valt onder de categorie van de Dibraya over Sjabbat. Het gebod over de vrijsteden valt onder de categorie ‘u zult niet doodslaan’. Het gebod ‘het arbeidsloon van de dagloner mag niet de nacht bij u overblijven tot de volgende morgen’ valt onder de categorie ‘u zult niet stelen’. Alle 613 geboden behoren dus tot bepaalde categorieën.

De twee grote geboden zijn dus de Dibraja en dat zijn de 613 geboden. De Dibraja is belangrijk omdat het de 613 geboden onderverdeelt zodat we ze beter begrijpen. We hebben de twee grote geboden en we hebben de Dibraja nodig om de twee geboden te begrijpen. We hebben de Dibraja en we hebben de 613 geboden nodig om de Dibraja te begrijpen. We hebben de 613 geboden en we hebben de mondelinge leer van Israël nodig om de 613 geboden te begrijpen.

Sjabbat sjalom.

GEEF JE OP VOOR ONZE NIEUWSBRIEF!

Ontvang onze wekelijkse studies en leer Tora!

Rabbi Steven Bernstein

Steve was born on Lag B’Omer in Ann Arbor, MI but was raised in Gainesville, FL. The son of two University of Florida professors, he excelled in the sciences in school. In addition to his normal academic studies, he pursued his Jewish education studying with many Rabbis and professors of Judaic Studies from the University including visiting Rabbis such as Abraham Joshua Heschel and Shlomo Carlebach.