Parasjat Inspiratie – Hosjana Raba

“En op de laatste, de grote dag van het feest, Hosjana Raba, stond Jesjoea daar en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. (En dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden; want de Heilige Geest was er nog niet, omdat Jesjoea nog niet verheerlijkt was.) Velen dan uit de menigte die dit woord hoorden, zeiden: Híj is werkelijk de Profeet. Anderen zeiden: Híj is de Messias. En weer anderen zeiden: De Messias komt toch niet uit de Galil? Zegt de Tanach niet dat de Messias komt uit het geslacht van David en uit het dorp Beet Lèchèm, waar David was? Er ontstond dan verdeeldheid onder de menigte vanwege Hem. En sommigen van hen wilden Hem grijpen, maar niemand sloeg de hand aan Hem.”

Johannes 7:37-44

De zevende dag van Soekot noemen we Hosjana Raba. Het is geen Mo’ed, maar wel het hoogtepunt van het Soekotfeest. Elke dag van Soekot kwamen mensen naar de Tempel met hun loelav en ètrog en liepen ze een rondje om het altaar. Tijdens deze rondgang werden gebeden opgezegd en riep men uit: “hosjia na!’ – breng toch redding. Op de laatste dag van Soekot werden zeven rondgangen, of hosjanot, gedaan rond het altaar met de loelav en de ètrog in de hand. Daarom heet deze dag ‘Hosjana Raba’, of ‘de grote hosjia na’.

Elke dag van Soekot was er in de Tempel van middernacht tot zonsopgang een ceremonie. Dit was de Niesoech haMajiem of Beet haSjoe’eeva – de ceremonie van het water putten. De kohaniem verzamelden op het Tempelplein en namen een gouden kruik. Via de Waterpoort verlieten ze plechtig het Tempelcomplex. Ze gingen via de berg Moria naar beneden  en gingen door wat we vandaag ‘de stad van David’ noemen tot ze bij het badwater van Siloam aankwamen. Inwoners van Jeruzalem gingen langs de weg staan terwijl ze zongen, dansten en toortsen vasthielden. Er werd op muziekinstrumenten gespeeld en men liet vreugdevolle kreten horen. De kohaniem vulden de gouden kruik met water uit het bad en keerden terug naar de Tempel. Daar arriveerden ze bij zonsopgang. De koheen ging het altaar op en goot het water van de gouden kruik uit in een gouden beker. Die beker liep over in een kanaal in het altaar waardoor de zijde van het altaar nat werd door het water uit het badwater van Siloam. Dit was een speciale ceremonie voor de Farizeeën. De Sadduceeën keurden het niet goed en haatten de ceremonie.

Zo’n 100 jaar vóór Jesjoea werd koning en hogepriester Alexander Jannai door het Sanhedrin en de bevolking van Judea gedwongen tot deelname aan de ceremonie van het water putten. Alexander Jannai toonde zijn afkeer van de ceremonie. Nadat hij het altaar was opgegaan, goot hij het water niet uit in de beker, maar hij goot het op zijn voeten. De mensen die op het Tempelplein stonden –de Farizeeën- waren woedend. Ze gooiden hun ètrogs naar Alexander Jannai. Ze braken zelfs een hoek van het altaar af en gooiden de stenen naar Alexander. Hij vreesde voor zijn leven en riep om de Tempelwachters. Meer dan 3000 Farizeeën werden op die dag in het Tempelcomplex gedood.

Vanaf de tijd van Alexander Jannai werd de ceremonie van het water putten een gelegenheid om politieke uitspraken te doen. Toen Jesjoea zei: ‘al wie dorst heeft, kom naar Mij en drink’, begreep men dat dit een politieke uitspraak was. Jesjoea zei van Zichzelf dat Hij de Messias is. Johannes zegt dat de reacties van de mensen verdeeld waren. Dat is niet verwonderlijk. Maar de mensen uit Judea hoefden er in ieder geval niet meer aan te twijfelen of Jesjoea Zichzelf al dan niet als Messias zag. Jesjoea had het beeld van de ceremonie van het water putten gebruikt om de mensen duidelijk te maken dat ze Hem moesten volgen. Als het Sanhedrin nog enige twijfel had over Jesjoea’s bedoelingen, werd die alleszins weggenomen op Hosjana Raba.

GEEF JE OP VOOR ONZE NIEUWSBRIEF!

Ontvang onze wekelijkse studies en leer Tora!

Rabbi Steven Bernstein

Steve was born on Lag B’Omer in Ann Arbor, MI but was raised in Gainesville, FL. The son of two University of Florida professors, he excelled in the sciences in school. In addition to his normal academic studies, he pursued his Jewish education studying with many Rabbis and professors of Judaic Studies from the University including visiting Rabbis such as Abraham Joshua Heschel and Shlomo Carlebach.