Parasjat Inspiratie – Ki Teetsee

זָכ֕וֹר אֵ֛ת אֲשֶׁר־עָשָׂ֥ה לְךָ֖ עֲמָלֵ֑ק בַּדֶּ֖רֶךְ בְּצֵֽאתְכֶ֥ם מִמִּצְרָֽיִם: אֲשֶׁ֨ר קָֽרְךָ֜ בַּדֶּ֗רֶךְ וַיְזַנֵּ֤ב בְּךָ֙ כָּל־הַנֶּֽחֱשָׁלִ֣ים אַֽחֲרֶ֔יךָ וְאַתָּ֖ה עָיֵ֣ף וְיָגֵ֑עַ וְלֹ֥א יָרֵ֖א אֱלֹהִֽים:

Denk aan wat Amalek u onderweg aangedaan heeft, toen u uit Egypte wegtrok: hij ontmoette u onderweg en overviel bij u in de achterhoede alle zwakken achter u, terwijl u moe en uitgeput was; en hij vreesde God niet.

Deuteronomium 25:17-18

In het Toragedeelte van deze week vertelt Mosjè Rabbeenoe 74 verschillende mitswot aan de kinderen van Israël. Het gedeelte eindigt met de mitswa: denk aan Amalek.

Deze mitswa lezen we niet alleen in het Toragedeelte van deze week, we lezen het ook op Sjabbat Zachor – de Sjabbat vóór Poeriem – als Maftier vers (laatste vers of verzen van een Toragedeelte). Het is een waarschuwing; Haman was nameljik een Amalekiet. We moeten nooit vergeten wat sommige mensen en sommige volken ons hebben aangedaan in het verleden.

Op het eerste zicht lijkt dat verwarrend. Moeten we onze naaste niet liefhebben als onszelf? Moeten we niet de andere wang toekeren? Als we wat dieper kijken, blijken deze mitswot geen machlokèt (onenigheid) te veroorzaken.

Als onze vijand vergeving vraagt, dan zijn we verplicht om te vergeven. We moeten niet negeren wat onze vijand heeft gedaan. We moeten ook niet doen alsof het nooit gebeurd is. Vergeven betekent niet dat er niets goedgemaakt moet worden. Restitutie is zelfs deel van het proces van vergeving vragen. Zelfs dan moeten we onthouden wat onze vijand heeft gedaan; ook als zij niet langer onze vijand zijn.

Als iemand ons bedriegt, maar het daarna goed maakt en om vergeving vraagt, dan moeten we hem vergeven. We hoeven die persoon echter niet opnieuw te gaan vertrouwen. Het is erg belangrijk om dit onderscheid te begrijpen. We moeten ons vertrouwen vrijmoedig aan HaSjem en de Messias geven. Het vertrouwen tussen mensen moet verdiend worden. Als het vertrouwen geschaad is, kan het al dan niet hersteld worden. Het vertrouwen herstellen, is een moeilijk iets. Het is mogelijk, maar het heeft tijd nodig. Wij hebben het proces van vertrouwen herstellen allemaal weleens doorlopen. En we zullen dit proces nog vaak moeten doorlopen; als veroorzaker of als slachtoffer van de situatie. Een voorbeeld: als je jongvolwassen zoon een auto-ongeluk heeft gehad omdat hij onvoorzichtig was, moet je hem vergeven als hij berouw heeft. Dat betekent echter niet dat je hem meteen de sleutels van de auto weer geeft. Eerst moet het vertrouwen weer hersteld worden.

Denk aan Amalek. Dit gebod leert ons ook dat we bij alles wat we doen, steeds de geschiedenis in het achterhoofd moeten houden. Mensen hebben de neiging om te doen alsof de geschiedenis begon op de dag van hun geboorte. We moeten proberen deze neiging te onderdrukken en vanuit een historisch perspectief kijken naar wat we vandaag mogelijk kunnen doen. Eén van de grote Risjoniem (eerste Wijzen), Jehoeda haLevi, leert ons dat we het bestaan van HaSjem erkennen, als we begrijpen dat het Joodse volk onmogelijk een geschiedenis had gehad zonder HaSjem. Zoals we HaSjem in onze geschiedenis zien, zo moeten we onze plaats in de geschiedenis begrijpen. Om onze plaats in de geschiedenis te begrijpen, moeten we de geschiedenis leren. Om de geschiedenis te leren, moeten we onthouden. Dit betekent ook dat we moeten denken aan Amalek.

GEEF JE OP VOOR ONZE NIEUWSBRIEF!

Ontvang onze wekelijkse studies en leer Tora!

Rabbi Steven Bernstein

Steve was born on Lag B’Omer in Ann Arbor, MI but was raised in Gainesville, FL. The son of two University of Florida professors, he excelled in the sciences in school. In addition to his normal academic studies, he pursued his Jewish education studying with many Rabbis and professors of Judaic Studies from the University including visiting Rabbis such as Abraham Joshua Heschel and Shlomo Carlebach.