Parasjat Inspiratie – Re’ee

עַשֵּׂ֣ר תְּעַשֵּׂ֔ר אֵ֖ת כָּל־תְּבוּאַ֣ת זַרְעֶ֑ךָ הַיֹּצֵ֥א הַשָּׂדֶ֖ה שָׁנָ֥ה שָׁנָֽה: וְאָֽכַלְתָּ֞ לִפְנֵ֣י | יְהֹוָ֣ה אֱלֹהֶ֗יךָ בַּמָּק֣וֹם אֲשֶׁר־יִבְחַר֘ לְשַׁכֵּ֣ן שְׁמ֣וֹ שָׁם֒ מַעְשַׂ֤ר דְּגָֽנְךָ֙ תִּֽירשְׁךָ֣ וְיִצְהָרֶ֔ךָ וּבְכֹרֹ֥ת בְּקָֽרְךָ֖ וְצֹאנֶ֑ךָ לְמַ֣עַן תִּלְמַ֗ד לְיִרְאָ֛ה אֶת־יְהֹוָ֥ה אֱלֹהֶ֖יךָ כָּל־הַיָּמִֽים: וְכִֽי־יִרְבֶּ֨ה מִמְּךָ֜ הַדֶּ֗רֶךְ כִּ֣י לֹ֣א תוּכַל֘ שְׂאֵתוֹ֒ כִּֽי־יִרְחַ֤ק מִמְּךָ֙ הַמָּק֔וֹם אֲשֶׁ֤ר יִבְחַר֙ יְהֹוָ֣ה אֱלֹהֶ֔יךָ לָשׂ֥וּם שְׁמ֖וֹ שָׁ֑ם כִּ֥י יְבָֽרֶכְךָ֖ יְהֹוָ֥ה אֱלֹהֶֽיךָ: וְנָֽתַתָּ֖ה בַּכָּ֑סֶף וְצַרְתָּ֤ הַכֶּ֨סֶף֙ בְּיָ֣דְךָ֔ וְהָֽלַכְתָּ֙ אֶל־הַמָּק֔וֹם אֲשֶׁ֥ר יִבְחַ֛ר יְהֹוָ֥ה אֱלֹהֶ֖יךָ בּֽוֹ: וְנָֽתַתָּ֣ה הַכֶּ֡סֶף בְּכֹל֩ אֲשֶׁר־תְּאַוֶּ֨ה נַפְשְׁךָ֜ בַּבָּקָ֣ר וּבַצֹּ֗אן וּבַיַּ֨יִן֙ וּבַשֵּׁכָ֔ר וּבְכֹ֛ל אֲשֶׁ֥ר תִּשְׁאָֽלְךָ֖ נַפְשֶׁ֑ךָ וְאָכַ֣לְתָּ שָּׁ֗ם לִפְנֵי֙ יְהֹוָ֣ה אֱלֹהֶ֔יךָ וְשָֽׂמַחְתָּ֖ אַתָּ֥ה וּבֵיתֶֽךָ:

Van heel de opbrengst van uw zaad, wat het veld jaar op jaar voortbrengt, moet u getrouw het tiende deel geven. Voor het aangezicht van de HEERE, uw God, op de plaats die Hij zal uitkiezen om Zijn Naam daar te laten wonen, moet u de tienden van uw koren, van uw nieuwe wijn en van uw olie, en de eerstgeborenen van uw runderen en van uw kleinvee eten, om de HEERE, uw God, te leren vrezen, alle dagen. Als de weg voor u te lang is, zodat u dat alles niet kunt meenemen, omdat de plaats die de HEERE, uw God, zal uitkiezen om Zijn Naam daar te vestigen, te ver bij u vandaan is, dan moet u, wanneer de HEERE, uw God, u gezegend heeft, het te gelde maken, het geld in een buidel meenemen en naar de plaats gaan die de HEERE, uw God, zal uitkiezen. Daar moet u dat geld besteden aan alles wat uw ziel verlangt: runderen en kleinvee, wijn en sterkedrank, ja, alles wat uw ziel maar wenst. Dan kunt u daar eten voor het aangezicht van de HEERE, uw God, en u verblijden, u en uw gezin.

Deuteronomium 14:22-26

In de Parasja van deze week staan, net als in andere gedeelten uit Deuteronomium, vele mitswot. In hoofdstuk 14 staat in de verzen 22-26 de mitswa van de tweede tiende. Het gebod van de tweede tiende betekent dat we tien procent van het voedsel opzij zetten voor ons verblijf in Jeruzalem tijdens de pelgrimsfeesten.

Gewoonlijk denken we aan de tiende als geld dat we weggeven. Het is daarom misschien wat vreemd om een tiende te zien als geld dat we zelf gebruiken. Maar het gebod is duidelijk: we zetten het hele jaar geld apart, dat we alleen tijdens ons verblijf in Jeruzalem met Pèsach, Sjavoe’ot en Soekot, aan voedsel besteden. Het is dus een soort vakantiegeld. We moeten naar Jeruzalem gaan en een gebod als dit zorgt ervoor dat we over voldoende middelen beschikken om dit op de vastgestelde tijden te kunnen doen.

De eerste tiende kunnen we gedenken door te geven aan onze plaatselijke synagoge. De tweede tiende kunnen we bijvoorbeeld gedenken door geld te sparen om naar Israël te reizen en daar ons geld op te maken. Net zoals het gebod zegt dat we tien procent van ons inkomen moeten uitgeven voor onze pelgrimstochten naar Jeruzalem en de Tempel, kunnen we nu het hele jaar door geld opzij zetten zodat we Jeruzalem kunnen bezoeken; zelfs al is er nu geen Tempel.

Een andere mitswa die verbonden is met de tweede tiende, vinden we in Deuteronomium 16:16. Wanneer we tijdens de pelgrimsfeesten naar Jeruzalem gaan, mogen we niet met lege handen verschijnen. Dat is het gebod van de Chagiga, het Feestoffer. De Chagiga is een offer dat alle mannen moet brengen tijdens Pèsach, Sjavoe’ot en Soekot. Het is een offer dat gebracht wordt bovenop de andere offers die met deze feesten gebracht moeten worden. Er is een volledig Traktaat uit de Talmoed dat over de Chagiga gaat. De Chagiga is een soort Sjelamiem; ‘vredeoffer’. Een deel van het offer dient als een aangename geur voor HaSjem, een ander deel van het offer eten de Kohaniem en nog een ander deel van het offer eet diegene die het offer brengt. Een vraag waarover gedebatteerd wordt in Traktaat Chagiga, is of het geld van de tweede tiende gebruikt mag worden om het Chagiga offer te kopen. De bepaling is interessant. Elke man moest één Chagiga brengen, maar iemand die dat wilde, mocht ook meer dan één Chagiga brengen. Daarom moet de eerste Chagiga, degene die verplicht is, gekocht worden met geld dat niet van de tweede tiende komt. Extra Chagiga offers konden met geld van de tweede tiende gekocht worden.

Een ander belangrijk aspect van de Chagiga is dat élke man het moet brengen. Daarom is dat het grootste deel van het feestmaal van elk van de pelgrimsfeesten. Dat is ook zo met Pèsach. Het grootste deel van het voedsel van de Seedèr komt van het Chagiga offer. Het Pèsachoffer werd tot het einde van de maaltijd bewaard, zodat iedereen zeker één stuk van het Pèsach kon eten. Maar het grootste deel van de maaltijd was in feite het Chagiga offer.

Sjabbat sjalom.

GEEF JE OP VOOR ONZE NIEUWSBRIEF!

Ontvang onze wekelijkse studies en leer Tora!

Rabbi Steven Bernstein

Steve was born on Lag B’Omer in Ann Arbor, MI but was raised in Gainesville, FL. The son of two University of Florida professors, he excelled in the sciences in school. In addition to his normal academic studies, he pursued his Jewish education studying with many Rabbis and professors of Judaic Studies from the University including visiting Rabbis such as Abraham Joshua Heschel and Shlomo Carlebach.