Parasjat Inspiratie – Matot-Masee

זֶ֣ה הַדָּבָ֞ר אֲשֶׁר־צִוָּ֣ה יְהֹוָ֗ה לִבְנ֤וֹת צְלָפְחָד֙ לֵאמֹ֔ר לַטּ֥וֹב בְּעֵֽינֵיהֶ֖ם תִּֽהְיֶ֣ינָה לְנָשִׁ֑ים אַ֗ךְ לְמִשְׁפַּ֛חַת מַטֵּ֥ה אֲבִיהֶ֖ם תִּֽהְיֶ֥ינָה לְנָשִֽׁים: וְלֹֽא־תִסֹּ֤ב נַֽחֲלָה֙ לִבְנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל מִמַּטֶּ֖ה אֶל־מַטֶּ֑ה כִּ֣י אִ֗ישׁ בְּנַֽחֲלַת֙ מַטֵּ֣ה אֲבֹתָ֔יו יִדְבְּק֖וּ בְּנֵ֥י יִשְׂרָאֵֽל:

Dit is het woord dat de HEERE met betrekking tot de dochters van Zelafead geboden heeft: Laten zij tot vrouw worden van wie goed is in hun ogen, als zij tenminste tot vrouw worden van iemand uit het geslacht van de stam van hun vader. Dan zal het erfelijk bezit van de Israëlieten niet van de ene stam op de andere stam overgaan, want de Israëlieten moeten ieder vasthouden aan het erfelijk bezit van de stam van zijn vaderen.

Numeri 36:6-7

Deze week lezen we het laatste Toragedeelte van het boek Numeri. Het bevat een heel interessant stuk halacha. De kinderen van Israël krijgen te maken met een moeilijk probleem. Zelafead is gestorven en hij had geen zonen. Daarom moeten zijn dochters zijn land erven. Hij behoorde tot de stam Manasse. Tot dusver geen probleem. Maar als de dochters met iemand uit een andere stam zouden trouwen, zou het erfgoed van Zelafead naar die stam gaan. De stam Manasse zou land verliezen terwijl een andere stam extra land zou krijgen. Dat is een probleem.

HaSjem stuurt Mozes naar de dochters om hen op te dragen alleen met een man uit hun eigen stam te trouwen, mannen uit Manasse dus. Op die manier blijft het land binnen de eigen stam. De dochters van Zelafead gaan akkoord en trouwen met mannen uit de stam Manasse. Zo wordt een algemene regel ingesteld voor de kinderen van Israël: vrouwen die land erven, moeten binnen hun stam trouwen zodat het land niet van de ene op de andere stam overgaat.

De Tora leert ons dat het land een van de belangrijke kenmerken van een stam is. Het land mag immers niet van de ene op de andere stam overgaan. Omdat het land het belangrijkste kenmerk is van de stam, worden stammen geografisch bepaald.

Er wordt een specifieke beperking opgelegd aan dochters die land erven. De dochters moeten dan binnen hun stam trouwen. Dit stukje halacha staat niet zomaar in de Tora. Het was immers niet noodzakelijk de gewoonte van de dochters van Israël om binnen hun stam te trouwen. Het was ook geen vereiste dat de dochters van Israël binnen hun stam trouwden. Alleen dochters die land erfden -die dus geen broers hadden die het land erfden- moesten binnen hun eigen stam trouwen. Hieruit kunnen we het volgende concluderen: de bloedlijnen van de kinderen van Israël waren al vanaf het prille begin gemengd.

Als de dochters van Israël met mannen uit een van de andere stammen trouwden en de bloedlijnen van de stammen gemengd waren, wat betekent het dan om van een bepaalde stam te zijn? Als het heel gewoon was om onderling met elkaar te trouwen, als niet elke zoon land erfde en als het land het belangrijkste kenmerk van de stam was, wat betekent het dan om van een bepaalde stam te zijn? Het betekent dat het een aanduiding is van je geografische locatie. Als je zegt ‘ik ben van de stam Zebulon’, dan betekent dit dat je woont in het gebied dat eigendom is van Zebulon. Het betekent niet dat je van de bloedlijn van Zebulon bent.

Als Paulus dus zegt dat hij van de stam Benjamin is, zegt hij daarmee dat zijn familie uit Jeruzalem of de naburige plaatsen komt. Hij kan zijn bloedlijn al dan niet traceren naar Benjamin – maar daar gaat het niet om. Het aanwijzen van een stam is een aanduiding van een geografisch gebied, zoals een staat of provincie. Het is geen aanduiding van een bloedlijn.

De profetieën vertellen ons dat de Messias van de stam Juda is. De betekenis daarvan is eigenlijk dubbel belangrijk: de Messias wordt geboren in het gebied van Juda (Efrath [Bethlehem] ligt in Juda) en de Messias kan zijn bloedlijn traceren naar Juda. Dit is profetie, niet zomaar een weetje. In een gewoon gesprek betekent het feit dat je bij een stam hoort, dat je familie op een bepaalde locatie woont. Het is niet noodzakelijk een aanwijzing van bloedlijn.

‘De verloren stammen van Israël’ is dus meer een aanduiding van de verbanning dan een aanwijzing van verloren bloedlijnen. Het is belangrijk om dat te beseffen, want het helpt ons om vele dingen uit de Tanach (Oude Testament) en uit de geschriften van de wijzen te begrijpen. In de geschiedenis hebben de kinderen van Israël steeds hun kennis over de bloedlijnen van de stam van Levi en van de Kohaniem behouden. Dit is de enige stamlijn die is bijgehouden. We hebben de bloedlijnen van Juda en Benjamin niet bijgehouden, en zeker niet die van de noordelijke stammen. Als we dus praten over de tien verloren stammen, hoort de stam van Levi daar ook bij – zelfs al hebben we deze bloedlijn bijgehouden. De bloedlijn van Levi moet wel worden bijgehouden, omdat dit de enige stam die geen landerfenis heeft. Als we een stam dus identificeren aan de hand van het grondgebied, en niet op basis van bloedlijn, is het logisch om de bloedlijn van Levi bij te houden, naast de landerfenis van de andere stammen.

GEEF JE OP VOOR ONZE NIEUWSBRIEF!

Ontvang onze wekelijkse studies en leer Tora!

Rabbi Steven Bernstein

Rabbi Steven Bernstein

Steve was born on Lag B’Omer in Ann Arbor, MI but was raised in Gainesville, FL. The son of two University of Florida professors, he excelled in the sciences in school. In addition to his normal academic studies, he pursued his Jewish education studying with many Rabbis and professors of Judaic Studies from the University including visiting Rabbis such as Abraham Joshua Heschel and Shlomo Carlebach.