Parasjat Inspiratie – Tazria-Metzora

Het einde van het Toragedeelte van vorige week, Sjemini, ging over het afgezonderd zijn voor HaSjem. Het ging om het idee dat bepaalde dieren als voedsel dienen en andere dieren niet. Voor dat verschil zijn zeer nauwkeurige termen: toema en tahara. Vaak vertalen we dit met rein en onrein. Toema, onrein, is de term die we gebruiken voor dieren die niet tot voedsel dienen. Tahara, rein, duidt op de dieren die wel tot voedsel dienen. In het Toragedeelte van deze week, zien we een ander gebruik van de woorden toema en tahara.

In het gedeelte van deze week zien we dat toema een toestand is waar een remedie voor is. De remedie voor toema bestaat uit twee verschillende dingen: mikva en tijd. Om de aandoening achter je te kunnen laten, moet je een mikva nemen en een bepaalde tijd wachten; meestal tot zonsondergang. Door deze remedie kan toema in tahara veranderen.

In sommige studies associeert men toema met zonde. In dit gedeelte zien we dat dat niet klopt. Een bevalling eindigt in toema. Nida (menstruatie) eindigt in toema. Een zaadlozing eindigt in toema. Niets van dit alles is zonde. We zien wel dat al deze dingen te maken hebben met iets dat uit het lichaam komt. Maar het heeft niets met zonde te maken. Toema is eigenlijk een levenstoestand. Zelfs het vervullen van de mitswa ‘wees vruchtbaar, word talrijk’ eindigt in toema. Toema komt dus niet door zonde. Toema is eerder het resultaat van natuurlijke lichaamsfuncties. Het is gewoon iets dat in het dagelijks leven voorkomt. Het is niet iets om je voor te schamen of om belachelijk te maken. Toema overkomt mensen.

Met de genoemde remedie kan toema dus tahara worden. Totdat toema tahara is geworden, mag je de Tempel niet binnengaan. Totdat toema tahara wordt, moet je buiten het kamp blijven. Dit leert ons dat toema niet wenselijk is, maar het komt veel voor. Wat is het precies? Waarom kom je er vanaf door een eenvoudig ritueel als mikva en wat tijd?

De meeste ziektes en aandoeningen die wij kennen, zijn die van het vlees – basar. Maar toema is dat niet. Toema is een toestand van de nèfèsj en de nesjama (in de Bijbel telkens vertaald met ‘ziel’). Dit betekent dat het een geestelijke toestand is. Het is een toestand van de ziel buiten tijd en ruimte die beïnvloed kan worden binnen tijd en ruimte. Het kan eigenlijk alleen maar beïnvloed worden vanuit tijd en ruimte. Als je toema bent, ben je toema in de nèfèsj en in de nesjama. De remedie hiervoor is het ritueel van de mikva en tijd; binnen tijd en ruimte. Dit is een mooi voorbeeld van hoe ons gedrag binnen tijd en ruimte invloed heeft op onze eeuwige ziel; onze nesjama.

We besteden niet zoveel tijd en moeite aan bezig zijn met toema en tahara als zou moeten. Het feit dat dit geestelijke toestanden zijn waarop ons gedrag binnen tijd en ruimte invloed heeft, is heel belangrijk. Als je verdergaat met het tellen van de omèr en je probeert om je meer bewust te zijn van nèfèsj en nesjama, denk dan ook over toema en tahara. Misschien is het tijd om een mikva te nemen en te wachten tot zonsondergang.

GEEF JE OP VOOR ONZE NIEUWSBRIEF!

Ontvang onze wekelijkse studies en leer Tora!

Rabbi Steven Bernstein

Steve was born on Lag B’Omer in Ann Arbor, MI but was raised in Gainesville, FL. The son of two University of Florida professors, he excelled in the sciences in school. In addition to his normal academic studies, he pursued his Jewish education studying with many Rabbis and professors of Judaic Studies from the University including visiting Rabbis such as Abraham Joshua Heschel and Shlomo Carlebach.