Parasjat Inspiratie – Teroema

In de parasja van deze week komt een moeilijk onderwerp aan bod. Wat is teroema? Waarom is er teroema? Wat is het doel van Teroema en waarom is het een belangrijk concept?

Teroema is kortgezegd iets dat je aan HaSjem toewijdt. Teroema kan allerlei verschillende dingen zijn, maar het belangrijkste kenmerk is dat je Teroema vrijwillig geeft. Hoewel teroema soms vereist is, bestaat er geen teroema-politie die de gift zal afdwingen. In de parasja van deze week zien we dat het volk veel verschillende soorten teroema geeft voor de bouw van de Misjkan. Ze geven bijvoorbeeld edelmetalen, kostbare stenen en stoffen; alles wat nodig is voor het bouwen en versieren van de Misjkan. Waarom is er een specifieke term nodig voor deze donaties?

Het idee hierachter is dat, op het moment dat iets aan HaSjeem gewijd is, de aard ervan verandert. De gift, de teroema, is fysiek anders dan voordat je het aan HaSjeem toewijdde. Je kunt teroema niet net zo behandelen als alledaagse gebruiksvoorwerpen. Een gouden sieraad bijvoorbeeld, is een alledaagse versiering, totdat je het toewijd aan HaSjeem. Op het moment dat je het sieraad toewijdt aan HaSjeem, verandert de aard ervan. Het is nu onderdeel van een belofte. Niet zomaar een belofte, maar een belofte aan HaSjeem. Dat is een serieuze zaak. Een belofte aan HaSjeem mag je niet verbreken.

Ik geef je een voorbeeld van wat dit betekent. Er zijn verschillende agrarische offers, waaronder de eerste tienden en de bikoeriem. Toen de Tempel er stond, lagen veel boerderijen en boomgaarden ver van Jeruzalem.  Zo ver zelfs dat de agrarische goederen die bestemd waren voor de teroema, onderweg zouden bederven. De Tora erkent dit probleem en staat toe dat men de waarde van de agrarische goederen in geld omzet. Dat is makkelijk mee te nemen en bederft niet. Daar komt de Tempelsjekel vandaan.  Het probleem was immers dat, als je tiende eenmaal was omgezet in geld, je dat geld alleen als gift voor de Tempel mocht gebruiken. Als je het geld voor iets anders gebruikte, zou je daarmee je belofte aan HaSjeem verbreken. Dit probleem is tweeledig: de verleiding kan er zijn om het geld moedwillig voor iets anders dan als gift voor de Tempel te gebruiken. Maar je kunt dit geld ook onopzettelijk vermengen met geld dat geen teroema is. Om dat te vermijden, bedacht men de Tempelsjekel. Je kon de Tempelsjekel alleen in Jeruzalem gebruiken. Daardoor kon men het gewijde geld niet opzettelijk of onopzettelijk verkeerd besteden. Iemand kon dus zijn tienden verkopen, het geld naar de plaatselijke kohen brengen die het omwisselde voor Tempelsjekels. Die Tempelsjekels bracht je vervolgens naar Jeruzalem. Daarmee was het probleem opgelost.

Het probleem dat Jesjoea had met de geldwisselaars ging niet over de Tempelsjekel op zich. Het ging erom dat de geldwisselaars macht hadden over de bevolking. De mensen moesten Tempelsjekels gebruiken, maar de geldwisselaars vroegen er woekerprijzen voor. De geldwisselaars hadden een goed inkomen gehad als ze gewoon een schappelijke commissie hadden berekend. Maar ze profiteerden van een systeem dat met goede bedoelingen was ingesteld. Omdat er geen alternatief was, konden de geldwisselaars er misbruik van maken.

Elke keer als we iets aan de synagoge geven, is dat teroema. Het is belangrijk dat we dat goed begrijpen. Op het moment dat we beloven om iets voor de synagoge te geven, leggen we immers een gelofte af aan HaSjeem. Dat geldt voor boeken, geld, kunstwerken, voedsel, enzovoorts. Wat we geven, mag je niet voor een ander doeleinde gebruiken. Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Dingen die zijn bestemd als teroema, kunnen we niet zomaar een andere bestemming geven. Teroema moet je gebruiken voor HaSjeem.

GEEF JE OP VOOR ONZE NIEUWSBRIEF!

Ontvang onze wekelijkse studies en leer Tora!

Rabbi Steven Bernstein

Steve was born on Lag B’Omer in Ann Arbor, MI but was raised in Gainesville, FL. The son of two University of Florida professors, he excelled in the sciences in school. In addition to his normal academic studies, he pursued his Jewish education studying with many Rabbis and professors of Judaic Studies from the University including visiting Rabbis such as Abraham Joshua Heschel and Shlomo Carlebach.